Bright.Insights verhuisd naar Bright Advocaten

Sinds 06/11/2012 zijn alle blogberichten van Bright.Insights overgezet naar de (nieuwe) website van Bright Advocaten (www.b-right.be).

Een overzicht van de blogberichten vanop Bright.Insights treft u thans aan op www.b-right.be/blog , samen met publicaties van mijn kantoorgenoten.

Nieuwe blogbijdragen zullen uitsluitend nog gepost worden op www.b-right.be

Mvg

Tom Devolder

Nieuwe telecomwet: kosteloze beëindiging ook voor (bepaalde) professionele telecomabonnee’s

U zal het ongetwijfeld reeds hebben vernomen in de audiovisuele en geschreven pers: per 01/10/2012 zijn er een aantal nieuwe beschermingsmaatregelen uit de zogenaamde Belgische Telecomwet (juridisch juister: Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie) in voege getreden. Voor het zomerreces keurde het Parlement, met de Wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie immers een aantal nieuwe artikelen en wijzigingen aan de Telecomwet goed.

De wijzigingen zijn divers van aard: bepalingen inzake toegang tot nooddiensten, inzake een verstrengde informatieplicht aan eindgebruikers, inzake voorrang van toegang, enz. Doch voor de abonnee is de meest in het oog springende en interessante bepaling de nieuwe beëindigingsmogelijkheden die de Telecomwet biedt.

Sinds 01/10/2012 bepaalt art. 111/3 Telecomwet dat de abonnee zonder opgaaf van redenen zijn telecomcontract kan beëindigen op welk ogenblik ook, zelfs onmiddellijk. Indien de abonnee gebruik maakt van dit recht, dan kan de operator geen schadevergoeding vorderen voor:

  • de beëindiging van een contract van onbepaalde duur of voor
  • de vroegtijdige beëindiging van een contract van bepaalde duur dat door de abonnee meer dan zes maanden werd uitgevoerd.

Dit betekent dat een operator enkel recht heeft op een schadevergoeding in geval van vervroegde beëindiging binnen de eerste zes maanden van de looptijd van het contract. En dan nog mag de gevorderde schadevergoding niet hoger zijn dan:

  • het abonnementsgeld dat nog verschuldigd zou zijn tot aan de afloop van de zesde maand volgend op de inwerkingtreding van het contract indien dat contract niet vroegtijdig beëindigd was;
  • indien de abonnee bij het sluiten van het telecomcontract ook een telefoontoestel of smartphone heeft gekregen of gekocht aan verminderd tarief, de restwaardevan dit toestel. Deze restwaarde betreft de lineair afgeschreven waarde over de duru van het contract, met een maximum van 24 maanden. De afschrijvingstabel hiervan moet  op het ogenblik van het sluiten van het contract worden meegedeeld aan de abonnee.

Deze regel is van dwingend recht, zodat men er contractueel niet kan van afwijken. De Telecomwet bepaalt uitdrukkelijk dat elk beding, of combinatie van bedingen, die als gevolg hebben dat er voor de abonnee strengere bepalingen zouden gelden of die de abonnee zouden ontmoedigen om naar een andere operator over te stappen, nietig zijn.

In de titel van deze bijdrage werd de term ‘consumentenbescherming’ bewust vermeden, aangezien de Telecomwet de term ‘abonnee’ omschrijft als “een natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van een elektronische-communicatiedienst ingevolge een met een operator gesloten contract“. Voormeld art. 111/3 Telecom is bijgevolg ook van toepassing in de relatie tussen de telecomoperator en professionelen, zowel via een éénmanszaak als via een vennootschap.

Doch één belangrijke beperking hierbij: voormelde regels inzake de (on)mogelijkheid om een schadevergoeding te vorderen gelden enkel voor abonnee’s die “over niet meer dan vijf oproepnummers, met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten”. M.i. dient deze bepaling zo gelezen te worden – door het gebruik van de termen ‘oproepnummers’ en de uitsluiting van M2M-diensten – dat een professionele abonnee die over meer dat vijf ‘openbare’, extern oproepbare nummers beschikt, niet langer van de bescherming van art. 111/3 kan genieten.

Dus ook bij de beslissing omtrent de telefoonnummers waarop u bereikbaar bent:less is more.

De informatieverplichting bij e-commerce: enkel op site, of ook per e-mail?

In een interessant arrest van 05/07/2012 besliste het Hof van Justitie van de EU over volgende prejudiciële vraag:  komt een e-handelaar aan zijn wettelijke informatieverplichting tegemoet door aan de koper-consument een e-mail te richten met daarin een hyperlink naar de informatie / algemene voorwaarden op zijn website, of moet deze informatie / algemene voorwaarden effectief (en in extenso) in de e-mail zelf worden opgenomen?

Overeenkomstig Richtlijn 97/7 m.b.t. op afstand gesloten overeenkomsten moet elke e-commerceverkoper vóór het sluiten van de verkoop bepaalde informatie aan de koper-consument ter beschikking stellen. Het betreft informatie omtrent de verkoper, de kenmerken van het product, het al dan niet bestaan van een herroepingsrecht, enz. (art.  4 Richtlijn 97/7). Deze informatie wordt in de praktijk veelal opgenomen in de zogenaamde ‘Juridische vermeldingen’ of ‘disclaimer’ op de website, of in de algemene voorwaarden van de verkoper. Daarnaast moet de consument, ná het sluiten van de verkoop en uiterlijk bij levering, diezelfde informatie ook nog eens  1.) ‘schriftelijk of op een duurzame drager’ 2.) ontvangen’ (art. 5 Richtlijn 97/7). Beide bepalingen werden omgezet in Belgisch recht d.m.v. de artt. 45 en 46 WMPC.

Onder Europees recht moet onder  ‘duurzame drager’ elke techniek worden verstaan waarmee de consument de hem persoonlijke gerichte informatie a.) kan opslaan op een wijze die deze informatie b.) toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik en die een c.) ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt. Dit kan een e-mail zijn, PDF-document, enz. Het doel van de Europese regelgever is te waarborgen dat bij e-commerce “de consument, op dezelfde manier als in geval van een papieren drager, de hem persoonlijk gerichte informatie in bezit heeft, zodat hij, in voorkomend geval, zijn rechten kan doen gelden”.

De Duitse onderneming Content Services verkoopt via haar website diverse online diensten, in het bijzonder software.  Bij de aankoop van software moet de gebruiker een online formulier invullen, waarbij hij vóór het effectief finaliseren van de aankoop een checkbox moet aanklikken waarbij hij verklaart de algemene voorwaarden te aanvaarden. Deze voorwaarden, en de wettelijk verplichte informatie, worden in het formulier niet in extenso weergegeven, maar zijn te raadplegen via een link. Dus in de aard van:  “  []  ik ga akkoord met de algemene voorwaarden  “, waarbij het onderlijnde gedeelte een hyperlink betreft. Zonder de checkbox aan te vinken kan de aankoop niet worden verdergezet. Na het afronden van de aankoop ontvangt de consument-koper een bevestigingse-mail, met daarin naast zijn inloggegevens ook een link naar een pagina van de website van Content Services die de hierboven beschreven wettelijke informatie bevat. In de e-mail zelf was de informatie niet opnieuw opgenomen, nog bevatte de e-mail een bijlage waarin dit was gebeurd.

In zijn arrest van 05/07/2012 oordeelde het Hof vooreerst dat wanneer  de wettelijk verplichte informatie enkel toegankelijk is via een aan de consument meegedeelde link, deze informatie niet als door hem ‘ontvangen’ kan worden beschouwd in de zin van Richtlijn 97/7. Reeds op dit punt voldoet Content Services bijgevolg niet aan haar informatieverplichting. Daarenboven kan volgens het Hof – en m.i. terecht – een website op zich niet als een duurzame drager worden beschouwd: niet alleen laat een website niet toe (minstens niet gemakkelijk toe) om de aan de aan de consument gerichte informatie ongewijzigd op te slaan voor toekomstig gebruik, maar bovendien heeft de uitbater van de website steeds de mogelijkheid om de inhoud ervan eenzijdig te wijzigen. Bijgevolg oordeelt het Hof dat een e-mail met daarin een hyperlink die verwijst naar de ‘juridische vermeldingen’ of algemene voorwaarden op een website, evenmin voldoet aan de informatieverplichtingen uit art. 5 Richtlijn 97/7. Het geschil werd beheerst door het Oostenrijks recht, doch onder Belgisch recht zou m.i. tot een exact zelfde uitspraak zijn gekomen.

Onder Belgisch recht zijn de sanctie van het niet naleven van deze verplichting – lees: het louter versturen van een e-mail met hyperlink – tweeledig. De algemene regel van art. 47 WMPC bepaalt dat hoe dan ook de herroepingstermijn wordt verlengd tot drie maanden; consumenten kunnen dan tot drie maanden na de aankoop kosteloos en zonder opgave van reden afzien  van hun aankoop. Maar bovendien bepaalt de WMPC dat, in de mate waarin de verkoper aan de consument niet de formele herroepingstekst van art. 46, §1, 2° WMPC meedeelt, de consument het goed of de dienst mag houden, zonder deze te moeten betalen of teruggeven…

Kortom: bij e-commerce en elke andere verkoop op afstand doet u er goed aan om uiterlijk bij de levering alle vereiste wettelijke vermeldingen (in extenso)aan de consument mee te delen, hetzij per e-mail – als uitgeschreven tekst of als PDF in attachment – hetzij schriftelijk bij de levering.

Het integrale arrest kan u raadplegen op de site van het Hof van Justitie van de EU.

Breakfast@Bright 16/02/2012 – Online marketing & sociale media. De juridische aspecten van uw commerciële communicatie en publiciteit.

De volgende Breakfast@Bright gaat door op do. 16/02/2012 in het Fabriekspand te Roeselare, en handelt over Online marketing & sociale media. De juridische aspecten van uw commerciële communicatie en publiciteit.

Interesse om deze editie van Breakfast@Bright (gratis) bij te wonen? Bezoek dan www.b-right.be/breakfastatbright!

The Bright Side n°13 | Het water tussen arbeiders en bedienden wordt (iets) minder diep

Zopas werd de 13e editie van The Bright Side, van de hand van Mr. Nele Schelstraete en met als onderwerp “Het water tussen arbeiders en bedienden wordt (iets) minder diep”, gepubliceerd op de website van Bright Advocaten:

Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden is een oud zeer in het Belgisch sociaal recht. De verschillen zijn talrijk en leiden in de regel tot een minder voordelige situatie voor de arbeider. Historisch gegroeid, wordt deze dichotomie door de aanhangers ervan verdedigd aan de hand van diezelfde historische gronden. Sinds enkele decennia echter groeit het besef dat deze verschillen niet langer verdedigbaar zijn, al was het maar omdat op vandaag een job nog zeer moeilijk tot één van beide categorieën kan worden herleid.

Dit besef werd gestimuleerd door de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, dat reeds jaren terug opperde dat de verschillende behandeling van arbeiders en bedienden in strijd is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Deze stimuli hebben alvast geleid tot de Wet van 12 april 2011, die een belangrijke maar zeer fragmentarische stap uitmaakt naar een (volledige) gelijkschakeling van de statuten van arbeiders en bedienden. Het is duidelijk dat dit een verhaal met veel hoofdstukken wordt.

U kan deze editie van The Bright Side consulteren via www.b-right.be/thebrightside.

De impact van de nieuwe Richtlijn Consumentenrechten op e-commerce

In het Publicatieblad van de Europese Unie van 22/11/2011 werd de nieuwe Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (hierna: ‘Richtlijn Consumentenrechten’, klik hier voor de volledige tekst) gepubliceerd. Deze richtlijn roept, zoals de naam laat vermoeden, een nieuw en uniform kader in het leven voor een aantal contractuele rechten van consumenten, en vervangt de huidige richtlijnen inzake verkoop buiten de onderneming en verkoop op afstand.

De Richtlijn Consumentenrechten bevat onder meer nieuwe regels m.b.t. verkoop op afstand, zodat deze richtlijn ook zijn impact zal hebben op e-commerce. Evenwel dient de richtlijn door de lidstaten slechts omgezet zijn in nationaal recht tegen uiterlijk 13/12/2013 – een richtlijn legt immers niet rechtstreeks rechten en plichten op aan rechtsonderhorigen – en zijn de nieuwe bepalingen van slechts van toepassing op overeenkomsten gesloten ná 13/06/2014.

In deze bijdrage wordt reeds een overzicht gegeven van de impact die de nieuwe bepalingen zullen hebben op overeenkomsten gesloten in het kader e-commerce. Niettegenstaande de lopende omzettingstermijn, kan het op vandaag interessant zijn om bij de implementatie van uw e-commercesite reeds rekening te houden met deze nieuwe regels, teneinde naar de toekomst toe dubbel werk te vermijden. Lees meer…

Advies advocaat-generaal HvJ: functionaliteiten en programmeertaal van software zijn niet beschermd

In een voor het Hof van Justitie van de EU hangende zaak is een prejudiciële verwijzing hangende waarbij door de High Court of Justice (Engeland & Wales), Chancery Division (Verenigd Koninkrijk) aan het Hof om een oordeel verzoekt inzake een aantal softwaregerelateerde rechtsvragen. Onder meer wenst de High Court van het Hof te vernemen of functionaliteiten van een softwarepakket, alsook de syntaxis van een programmeertaal an sich, beschermd worden onder Richtlijn 91/250/EEG betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s (hierna: de ‘Softwarerichtlijn’). Een antwoord op deze vraag is bijzonder interessant voor zowel software- en webapplicatieontwikkelaars, als voor ontwikkelaars van programmeertalen, nu dit verder de perken van de bescherming van de door hen ontworpen applicaties en/of programmeertaal zal bepalen.

Feiten

Het dispuut tussen twee Britse ondernemingen actief op de softwaremarkt, SAS Institute Inc. (hierna: ‘SAS’) en World Programming Ltd (hierna: ‘WPL’), betrof  een door SAS ontwikkelde analytische software dat bestaat in een geïntegreerde reeks programma’s die het gebruikers mogelijk maakt taken te verrichten op het gebied van de verwerking en analyse van gegevens, in het bijzonder van statistische gegevens. Het kernonderdeel van het SAS Systeem heet Base SAS. Gebruikers kunnen hiermee toepassingsprogramma’s voor gegevensbewerking schrijven in de programmeertaal ‘SAS Language’.  Aan Base SAS kunnen bovendien functionaliteiten worden toegevoegd door het gebruik (en de aankoop) van extra SAS Componenten.

Niet onbelangrijk hierbij is dat de klanten van SAS Institute telkens een nieuwe licentie voor het gebruik van de SAS Componenten moesten aanvragen om de (door henzelf) in SAS Language geschreven toepassingsprogramma’s te kunnen uitvoeren en nieuwe programma’s te kunnen schrijven. Een klant die wenste over te stappen naar een andere leverancier van software diende zijn bestaande toepassingsprogramma’s in een andere taal te herschrijven, hetgeen een aanzienlijke investering vergt. Lees meer…

%d bloggers op de volgende wijze: