De impact van de nieuwe Richtlijn Consumentenrechten op e-commerce

In het Publicatieblad van de Europese Unie van 22/11/2011 werd de nieuwe Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (hierna: ‘Richtlijn Consumentenrechten’, klik hier voor de volledige tekst) gepubliceerd. Deze richtlijn roept, zoals de naam laat vermoeden, een nieuw en uniform kader in het leven voor een aantal contractuele rechten van consumenten, en vervangt de huidige richtlijnen inzake verkoop buiten de onderneming en verkoop op afstand.

De Richtlijn Consumentenrechten bevat onder meer nieuwe regels m.b.t. verkoop op afstand, zodat deze richtlijn ook zijn impact zal hebben op e-commerce. Evenwel dient de richtlijn door de lidstaten slechts omgezet zijn in nationaal recht tegen uiterlijk 13/12/2013 – een richtlijn legt immers niet rechtstreeks rechten en plichten op aan rechtsonderhorigen – en zijn de nieuwe bepalingen van slechts van toepassing op overeenkomsten gesloten ná 13/06/2014.

In deze bijdrage wordt reeds een overzicht gegeven van de impact die de nieuwe bepalingen zullen hebben op overeenkomsten gesloten in het kader e-commerce. Niettegenstaande de lopende omzettingstermijn, kan het op vandaag interessant zijn om bij de implementatie van uw e-commercesite reeds rekening te houden met deze nieuwe regels, teneinde naar de toekomst toe dubbel werk te vermijden.

Maximum harmonisatie en toepassingsgebied

De herziening van diverse regels inzake consumentenrechten is o.m. ingegeven door de bekommernis van Europa dat de groei van de grensoverschrijdende verkoop op afstand – hoofdzakelijk via internet – beperkt is gebleven t.a.v. de groei van de binnenlandse verkoop op afstand. Deze ontwikkeling wordt belemmerd door een aantal factoren, waaronder uiteenlopende nationale regels inzake consumentenbescherming waarmee het bedrijfsleven rekening moet houden.

Met het oog op enerzijds een hoge beschermingsgraad voor de consument en anderzijds een beter functioneren van de B2C-interne markt, beoogt Europa met de nieuwe Richtlijn Consumentenrechten een maximum harmonisatie van o.a. de verplichte consumenteninformatie en van het herroepingsrecht. Dit wil zeggen dat de diverse lidstaten voor de facetten van de consumentenovereenkomsten die de nieuwe richtlijn regelt, (in principe) dezelfde regels moeten toepassen. Dit is voornamelijk interessant voor de e-handelaar die een internationaal klantenbestand heeft of ambieert, nu hij niet langer/minder rekening zal moeten houden met uiteenlopende wettelijke regelingen.

Het toepassingsgebied van de richtlijn is dan ook zeer ruim: “alle tussen consumenten en handelaren gesloten overeenkomsten”. Bovendien bepaalt één van de overwegingen bij de richtlijn dat de koper die een gemengd gebruik – dus zowel voor beroeps- als voor niet-beroepsdoeleinden – voor ogen heeft, onder de richtlijn kan vallen indien het handelsoogmerk binnen de globale context van de overeenkomst niet overheerst. Dit is momenteel onder de WMPC uitgesloten.

Tot slot licht de richtlijn diverse, specifieke sectoren uit haar toepassingsgebied. Zo is de richtlijn niet van toepassing op contracten inzake sociale dienstverlening, gezondheidszorg, gokactiviteiten, financiële diensten, constructie van gebouwen, pakketreizen, enz.

Informatieverplichtingen

Art. 6 Richtlijn Consumentenrechten legt aan de handelaar een uitgebreide informatieverplichting op. De lijst met verplicht mee te delen gegevens is een pak uitgebreider dan de lijst uit de thans geldende Richtlijn 97/7/EG m.b.t. verkopen op afstand (hierna: ‘Richtlijn 97/7/EG’). Zo bevat de richtlijn nieuwe informatieverplichtingen m.b.t contactmogelijkheden met de handelaar, het herroepingsrecht, door de consument te dragen kosten, door de handelaar te verstrekken waarborgen, enz. Voor de uitgebreide opsomming, zie art. 6 Richtlijn Consumentenrechten.

Nieuw voor de informatieverstrekking is dat de lidstaten in hun nationale wetgeving in een modelformulier voor het verstrekken van de verplichte informatie m.b.t. het herroepingsbeding moeten voorzien. Bij het gebruik van dit modelformulier wordt de handelaar geacht te hebben voldaan aan zijn verplichtingen m.b.t. het herroepingsbeding.  Waar het gebruik van een dergelijk modelformulier op het eerste zicht kan worden toegejuicht, zal de handelaar toch de nodige voorzichtigheid aan de dag moeten leggen: het modelformulier heeft immers enkel betrekking op de informatievoorschriften m.b.t. het herroepingsrecht, en komt bijgevolg niet tegemoet aan de andere verplichtingen uit de Richtlijn Consumentenrechten, noch aan de informatievoorschriften op basis van andere wettelijke bepalingen (zie volgende paragraaf).

De Richtlijn Consumentenrechten raakt bovendien niet aan de aanvullende informatieplichten uit de Dienstenrichtlijn van 2006 en de Richtlijn Elektronische Handel van 2000. De richtlijn bepaalt uitdrukkelijk dat de vastgelegde informatievoorschriften bovenop deze richtlijnen komen. Voor e-commerce zal daarbij voornamelijk aan art. 5 Richtlijn Elektronische Handel worden gedacht, dat in Belgisch recht werd omgezet door art. 7 e.v. Wet Diensten Informatiemaatschappij.

Al bij al zal de implementatie van de nieuwe informatieverplichtingen in het Belgische recht meevallen: niet alleen heeft de Belgische e-handelaar op basis van de Dienstenwet van 2009 – omzetting van de Dienstenrichtlijn – en de Wet Diensten Informatiemaatschappij van 2003 – omzetting van de Richtlijn Elektronische Handel – al de verplichting om diverse van deze ‘nieuwe’ informatievoorschriften na te leven, bovendien bevat de huidige WMPC reeds diverse van de informatievoorschriften uit de nieuwe Richtlijn, in het bijzonder inzake het herroepingsrecht.

Vereisten voor overeenkomsten op afstand

Naast informatievoorschriften, roept de Richtlijn Consumentenrechten diverse nieuwe of meer uitgebreide vereisten in het leven voor overeenkomsten op afstand.

Vooreerst bepaalt de richtlijn uitdrukkelijk het tijdstip waarop, in de loop van het orderproces, de onder de vorige hoofdstuk besproken informatie moet worden verschaft. De algemene regel bepaalt dat deze informatie aan de consument moet worden meegedeeld voordat de consument door een overeenkomst is gebonden. Bepaalde informatie m.b.t. de levering en welke betaalmiddelen aanvaard worden, moet dan weer uiterlijk aan het begin van het bestelproces worden gegeven. Voor informatieverstrekking op mobiele toestellen en TV gelden afwijkende bepalingen, die rekening houden met de beschikbare schermruimte en tijdspanne waarbinnen de gegevens moeten worden getoond.

In elk geval moeten deze gegevens uiterlijk bij de levering op een duurzame drager aan de consument worden verstrekt. Alvast bepalen de overwegingen bijde richtlijn dat een e-mail als een duurzame drager moet worden beschouwd, maar ook bijv. een PDF voldoet aan de vereiste van duurzame drager. Dergelijk mededelingsverplichting op duurzame drager sluit overigens aan bij art. 10.3 Richtlijn Elektronische Handel / art. 8, §2 Wet Diensten Informatiemaatschappij, dat voor de elektronische handel reeds bepaalt dat “de contractuele bepalingen en de algemene voorwaarden van het contract” op duurzame drager aan de consument moet worden meegedeeld. Om op overzichtelijke wijze aan al deze mededelingsverplichtingen te voldoen lijkt een (dynamisch gegeneerde) PDF-document de beste oplossing te zijn: hierin kan niet alleen een overzicht worden gegeven van het geplaatste order, de verplicht mee te delen informatie alsook de contractbepalingen, maar bovendien is het PDF-formaat platform- en versieonafhankelijk (waardoor op heden ‘oudere’ PDF nog steeds makkelijk leesbaar zijn).

Door de voorziene maximumharmonisatie zullen ook een aantal vormelijke vereisten moeten verdwijnen uit de WMPC, in het bijzonder het overbekende kadertje met tekst in vet, die de handelaar uiterlijk op datum van de levering aan de consument moet meedelen (wettelijk verplichte tekst: “De consument heeft het recht aan de onderneming mee te delen dat hij afziet van de aankoop, zonder betaling van een boete en zonder opgave van motief binnen 14 kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de levering van het goed of op het sluiten van de dienstenovereenkomst.”). De nieuwe richtlijn voorziet immers niet langer in een dergelijke mededeling. Anderzijds roept art. 8.2 Richtlijn Consumentenrechten een nieuwe vormelijke vereiste in het leven: indien het plaatsen van een bestelling inhoudt dat een knop of een soortgelijke functie moet worden aangeklikt, moet de knop op goed leesbare wijze “aangemerkt worden met alleen de woorden ‘bestelling met betalingsverplichting’ of overeenkomstige ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling een verplichting inhoudt om de handelaar te betalen.”… Evenmin is het voor de afname van extra diensten of opties, zoals verzekerde verzending of cadeauverpakking, nog langer toegestaan om met default options of vooraf aangevinkte opties te werken. Doch dit verbod was reeds opgenomen in de WMPC.

Een in het oog springende verwezenlijking van de nieuwe richtlijn is de harmonisatie van het wettelijk herroepingsrecht, die uiterlijk vanaf 13/06/2014 in alle lidstaten (exact) veertien kalenderdagen moet bedragen. De huidige mogelijkheid om een langere termijn toe te kennen zal wegvallen. Het aanvangspunt van deze termijn wordt in de nieuwe richtlijn genuanceerder bepaald dan in de huidige Richtlijn 97/7/EG. Zo wordter voorzien in een uitdrukkelijke regeling voor leveringen van meerdere goederen of met gespreide zendingen, alsook in een afwijkend aanvangspunt voor leveringen van water, gas en elektriciteit (vanaf de sluiting van de overeenkomst). Voor de uitoefening zelf van het herroepingsrecht voorziet de Richtlijn, zoals bij de informatieverstrekking inzake het herroepingsrecht, in een optioneel, gestandaardiseerd herroepingsformulier. Aan de zijde van de handelaar moeten bij een herroeping alle ontvangen bedragen – inclusief de kosten van de standaardverzending (!) – binnen eenzelfde termijn worden terugbetaald aan de consument. Op vandaag bepaalt de WMPC deze termijn op 30 dagen. Wel voorziet de Richtlijn in een nuttige nuancering die bij een herroeping de e-handelaar een spreekwoordelijke stok achter de deur geeft: de handelaar kan wachten met de terugbetaling van de ontvangen bedragen “totdat hij alle goederen heeft teruggekregen.”

Zoals reeds is voorzien in de huidige Richtlijn 97/7/EG en de WMPC, lijst ook de Richtlijn Consumentenrechten een aantal gevallen op waarin er geen herroepingsrecht bestaat. Op vandaag voorziet de WMPC o.m. in volgende uitzonderingen, die de nieuwe richtlijn alle herhaalt (sommige evenwel met aanvullende voorwaarden):

  1. de levering van diensten waarvan de uitvoering met instemming van de consument begonnen is vóór het einde van de herroepingstermijn;
  2. de levering van goederen die volgens de specificaties van de consument zijn vervaardigd of die een duidelijk persoonlijk karakter hebben
  3. de levering van goederen die door hun aard niet kunnen worden teruggezonden of snel kunnen bederven of verouderen;
  4. de levering van audio- en video-opnamen en computerprogrammatuur waarvan de verzegeling door de consument is verbroken;
  5. de levering van dagbladen, tijdschriften en magazines;

Daaraan voegt de Richtlijn Consumentenrechten volgende nieuwe uitzonderingen toe (sommige onderworpen aan bepaalde voorwaarden):

  1. de levering van goederen of diensten waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op financiële markten;
  2. de levering goederen die om reden van gezondheidsbescherming of hygiëne niet kunnen worden teruggezonden;
  3. de levering van alcoholische dranken waarvan de waarde afhankelijk is van schommelingen op de markt (‘vin en primeur’);
  4. overeenkomsten waarbij de consument de handelaar heeft verzocht om hem te bezoeken om daar dringen herstellingen of onderhoud te verrichten;
  5. overeenkomsten die zijn gesloten tijdens een openbare veiling;
  6. de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd;
  7. de levering diensten voor logies, vervoer, het catering en vrijetijdsbesteding.

Wat de hierboven opgelijste uitzondering voor ‘openbare veilingen’ betreft: er is in de Richtlijn sprake van een ‘openbare veiling’ wanneer deze veiling a.) gebeurt onder leiding van een veilingmeester en b.) met de mogelijkheid voor de consument om persoonlijk (en dus offline) aanwezig te zijn op de veiling. Veilingen op platforms zoals eBay, Kapaza, 2dehands.be enz. kunnen bijgevolg niet van deze uitzondering genieten; voor B2C-verkopen op deze platforms blijft het herroepingsrecht dus gelden.

Ook schept de Richtlijn Consumentenrechten duidelijk wat het gebruik van goederen en diensten tijdens de herroepingstermijn betreft. De richtlijn bepaalt uitdrukkelijk dat de consument, m.o.o. zijn beslissing om het herroepingsrecht al dan niet uit te oefenen, het goed slechts mag ‘behandelen’ – de overweging bij de richtlijn hanteert de gepastere term ‘inspecteren’ – in de mate die nodig is om “de aard, de kenmerken en de werking” van het goed vast te stellen, en dit “met gepaste zorg”. Behandelt of gebruikt de consument het goed in een meer verregaande mate, dan moet hij instaan voor de waardevermindering ontstaan door dit gebruik. Deze bepaling zal in de praktijk ongetwijfeld voor de nodige (feitelijke) discussies zorgen.

Dat de Europese beleidsmakers het herroepingsrecht als uiterst belangrijk achten voor de bevordering van een echte interne markt voor de consument, blijkt uit de sancties die de richtlijn oplegt aan de handelaar die de verplichte informatieverstrekking m.b.t. het herroepingsrecht niet naleeft. Deze zijn zeer zwaar: niet alleen wordt in dat geval de herroepingstermijn verlengd tot twaalf maanden (!), bovendien moet de consument enerzijds niet langer instaan voor enige waardevermindering (!!) en hoeft hij anderzijds voor reeds geleverde diensten geen kosten te dragen (!!). Dit laatste geldt ook voor reeds geleverd water, gas of elektriciteit en reeds geleverde “digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd” (zoals bijv. streaming media). De consument die bijv. in februari online een set tuinmeubels aankoopt zonder dat de handelaar hem inlicht over zijn herroepingsrecht, kan in december zijn aankoop herroepen en de meubels retourneren, zonder verantwoordelijk te zijn voor de eventuele waardevermindering door gebruik of weersomstandigheden. En dan nog maar zwijgen over bijbestelde barbecue… Nota bene: op basis van de exacte tekst van de richtlijn geldt deze sanctie enkel indien de consument over een herroepingsrecht beschikt, en niet bij een weglating van deze informatie indien er voor de verkoop in kwestie een uitzondering op het herroepingsrecht bestaat.

De op afstand gekochte goederen of diensten moeten door de handelaar worden geleverd binnen de 30 dagen, tenzij er een andere termijn werd overeengekomen. Indien de levering niet binnen deze termijn geschiedt dient de consument de handelaar eerst verplicht een aanvullende respijttermijn te geven, waarbinnen de handelaar alsnog tot levering kan overgaan. Tenzij de leveringstermijn essentieel was voor de consument (bijv. aankoop trouwjurk), kan deze laatste pas na het verstrijken van de respijttermijn de overeenkomst alsnog beëindigingen. De overdracht van het risico op verlies of beschadiging mag volgens de nieuwe richtlijn bovendien slechts gebeuren bij de levering aan de consument (= goederen fysiek in bezit), tenzij de consument de ophaling van het goed zelf regelt.

Conclusie

Dankzij de nieuwe richtlijn zullen vanaf 13/06/2014 diverse aspecten van het online verkopen geharmoniseerd worden over de ganse EU. Ook verduidelijkt de richtlijn diverse aspecten van de verkoop op afstand waarvan de huidige Richtlijn 97/7/EG en de WMPC zich in stilzwijgen hullen, zoals bijv. inzake de waardevermindering van geretourneerde goederen.

Alleen regelt de Richtlijn Consumenten slechts bepaalde facetten van de online overeenkomst. Diverse belangrijke contractuele aspecten van overeenkomsten, zoals regels inzake de geldigheid, het ontstaan en de gevolgen van overeenkomsten, blijven nationaal geregeld. Ook de mogelijkheden inzake contractuele remediëring bij wanprestatie door één van de partijen (uitvoering in natura/gedwongen uitvoering, uitvoering bij equivalent, ontbinding of verbreking, schadevergoeding, enz.) blijft nationaal geregeld. In die zin is de beoogde harmonisatie slechts fragmentair, en zullen deze nationale regelingen de intracommunautaire B2C-handel blijven belemmeren. Wel heeft de Europese Commissie plannen om een (facultatief) gemeenschappelijk Europees kooprecht in het leven te roepen, doch dit is verre toekomstmuziek.

Over Tom Devolder
Tom behaalde in 2004 aan de Universiteit Gent zijn diploma Rechten, optie sociaal en economisch recht (grote onderscheiding). Bij het afstuderen won hij eveneens de Prijs Hof van Beroep voor beste eindverhandeling. In 2007-2008 volgde Tom de opleiding Postgraduaat Controlling & Accounting aan de Brugge Business School (www.bruggebusinessschool.be; een samenwerking tussen het VPOO en de KHBO). Van juli 2004 tot en met oktober 2009 was Tom als medewerker verbonden aan het advocatenkantoor Declerck Leterme en Partners te Harelbeke. Na een kortstondige periode zijn beroep als eenmanskantoor te hebben uitgeoefend stond hij begin 2010 mee aan de wieg van Bright advocaten. Tom legt zich voornamelijk toe op verbintenisrechtelijke en vennootschapsrechtelijke materies. Ook het financieel en economisch recht, alsook het informaticarecht zijn rechtstakken waarmee hij ervaring heeft. Tom begeleidt ondernemingen niet enkel bij (buiten)gerechtelijke procedures, maar legt zich evenzeer toe op proactieve begeleiding en adviesverlening. Tom is tevens medeauteur van het verzamelwerk Recht en Internet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: