Nieuwe telecomwet: kosteloze beëindiging ook voor (bepaalde) professionele telecomabonnee’s

U zal het ongetwijfeld reeds hebben vernomen in de audiovisuele en geschreven pers: per 01/10/2012 zijn er een aantal nieuwe beschermingsmaatregelen uit de zogenaamde Belgische Telecomwet (juridisch juister: Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie) in voege getreden. Voor het zomerreces keurde het Parlement, met de Wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie immers een aantal nieuwe artikelen en wijzigingen aan de Telecomwet goed.

De wijzigingen zijn divers van aard: bepalingen inzake toegang tot nooddiensten, inzake een verstrengde informatieplicht aan eindgebruikers, inzake voorrang van toegang, enz. Doch voor de abonnee is de meest in het oog springende en interessante bepaling de nieuwe beëindigingsmogelijkheden die de Telecomwet biedt.

Sinds 01/10/2012 bepaalt art. 111/3 Telecomwet dat de abonnee zonder opgaaf van redenen zijn telecomcontract kan beëindigen op welk ogenblik ook, zelfs onmiddellijk. Indien de abonnee gebruik maakt van dit recht, dan kan de operator geen schadevergoeding vorderen voor:

  • de beëindiging van een contract van onbepaalde duur of voor
  • de vroegtijdige beëindiging van een contract van bepaalde duur dat door de abonnee meer dan zes maanden werd uitgevoerd.

Dit betekent dat een operator enkel recht heeft op een schadevergoeding in geval van vervroegde beëindiging binnen de eerste zes maanden van de looptijd van het contract. En dan nog mag de gevorderde schadevergoding niet hoger zijn dan:

  • het abonnementsgeld dat nog verschuldigd zou zijn tot aan de afloop van de zesde maand volgend op de inwerkingtreding van het contract indien dat contract niet vroegtijdig beëindigd was;
  • indien de abonnee bij het sluiten van het telecomcontract ook een telefoontoestel of smartphone heeft gekregen of gekocht aan verminderd tarief, de restwaardevan dit toestel. Deze restwaarde betreft de lineair afgeschreven waarde over de duru van het contract, met een maximum van 24 maanden. De afschrijvingstabel hiervan moet  op het ogenblik van het sluiten van het contract worden meegedeeld aan de abonnee.

Deze regel is van dwingend recht, zodat men er contractueel niet kan van afwijken. De Telecomwet bepaalt uitdrukkelijk dat elk beding, of combinatie van bedingen, die als gevolg hebben dat er voor de abonnee strengere bepalingen zouden gelden of die de abonnee zouden ontmoedigen om naar een andere operator over te stappen, nietig zijn.

In de titel van deze bijdrage werd de term ‘consumentenbescherming’ bewust vermeden, aangezien de Telecomwet de term ‘abonnee’ omschrijft als “een natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van een elektronische-communicatiedienst ingevolge een met een operator gesloten contract“. Voormeld art. 111/3 Telecom is bijgevolg ook van toepassing in de relatie tussen de telecomoperator en professionelen, zowel via een éénmanszaak als via een vennootschap.

Doch één belangrijke beperking hierbij: voormelde regels inzake de (on)mogelijkheid om een schadevergoeding te vorderen gelden enkel voor abonnee’s die “over niet meer dan vijf oproepnummers, met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten”. M.i. dient deze bepaling zo gelezen te worden – door het gebruik van de termen ‘oproepnummers’ en de uitsluiting van M2M-diensten – dat een professionele abonnee die over meer dat vijf ‘openbare’, extern oproepbare nummers beschikt, niet langer van de bescherming van art. 111/3 kan genieten.

Dus ook bij de beslissing omtrent de telefoonnummers waarop u bereikbaar bent:less is more.

Over Tom Devolder
Tom behaalde in 2004 aan de Universiteit Gent zijn diploma Rechten, optie sociaal en economisch recht (grote onderscheiding). Bij het afstuderen won hij eveneens de Prijs Hof van Beroep voor beste eindverhandeling. In 2007-2008 volgde Tom de opleiding Postgraduaat Controlling & Accounting aan de Brugge Business School (www.bruggebusinessschool.be; een samenwerking tussen het VPOO en de KHBO). Van juli 2004 tot en met oktober 2009 was Tom als medewerker verbonden aan het advocatenkantoor Declerck Leterme en Partners te Harelbeke. Na een kortstondige periode zijn beroep als eenmanskantoor te hebben uitgeoefend stond hij begin 2010 mee aan de wieg van Bright advocaten. Tom legt zich voornamelijk toe op verbintenisrechtelijke en vennootschapsrechtelijke materies. Ook het financieel en economisch recht, alsook het informaticarecht zijn rechtstakken waarmee hij ervaring heeft. Tom begeleidt ondernemingen niet enkel bij (buiten)gerechtelijke procedures, maar legt zich evenzeer toe op proactieve begeleiding en adviesverlening. Tom is tevens medeauteur van het verzamelwerk Recht en Internet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: